Verhalen

Nu we het toch over ingewikkelde vragen hebben…

Als kind zijn wij bang gemaakt voor vragen waar we het antwoord niet op weten. Dat begon op de basisschool. Daarvoor maakte het niet uit. Het niet weten maakte het ontdekken ervan leuker. Onderzoeken, uitzoeken, uitvinden…. Dat was tijd voor actie en voor spel.
 
Eenmaal op school werd ons geleerd dat 3×4 12 is. En als je dan 11 opschreef of je antwoordvakje leeg liet, kreeg je daar een dikke vette rode streep doorheen. Bij een juist antwoord kreeg je een mooie krul. Soms met een gezichtje. Straffen en belonen. Daar zijn we nasty gevoelig voor. Wij willen krullen en stickers en cijfers boven de 6. Wij willen geen rode strepen, lege stickervellen en onvoldoendes scoren. Geef je een fout antwoord dan ben je af. Bam.
 
Dus ja, krijg je een vraag waar je het antwoord niet op weet, dan gaan je -je moet het antwoord weten anders ben je af- alarmbellen rinkelen. Dikke vette rode streep en zeker geen sticker. Dat hakt erin. Nog steeds. Die sticker staat voor scoren, meedoen, er toe doen. Geef je het verkeerde antwoord dan tel je niet meer mee. Dan ben je af.
 
Uitzondering zijn de vragen waarop we het antwoord niet kúnnen weten. Als je geen Frans in je pakket had, zal niemand je erop aankijken dat je de zin ‘Ceux qui ne savent pas sont fous’ niet begrijpt. En iemand zonder wiskunde vergeven we dat hij het verschil tussen de eerste en de tweede wet van de thermodynamica niet kent.
 
Ik durf hardop te zeggen dat ingewikkelde vragen niet bestaan. Het zijn enkel vragen waar wij het antwoord niet op weten. En omdat wij geen rode strepen en lege stickervellen willen, labelen we die vragen met ‘ingewikkeld’ of zelfs met ‘complex’. Dan ligt het in ieder geval niet aan ons.
 
Zo dat is er uit.